Search
Close this search box.

Waarom 1 juli geen 5 mei is en waarom wonen in een plaggenhut niet gelijk is aan slavernij

Op 1 juli staan we stil bij de afschaffing van slavernij en dat is ieder jaar weer reden om te gaan vergelijken. Vandaar dat ik het een goed idee vond om eens te gaan vergelijken. Waarom 1 juli geen 5 mei is en waarom wonen in een plaggenhut niet gelijk is aan slavernij.

Waar hebben we het over?

Waar hebben we het over? De Dag der Vrijheden, Emancipation Day of Ketikoti (Keti-koti of Keti Koti mag ook), dus 1 juli 1863. Voordat iedereen me gaan verbeteren door te stellen dat dit 1 juli 1860 moet zijn: dat was de dag waarop er een einde kwam aan de slavernij in Nederlands-Indië. De Emancipatiewet zorgde ervoor dat er een einde kwam aan slavernij in Suriname en de delen die omschreven werden als “Curaçao en Onderhorigheden.” Daarmee werden bedoeld: Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint Eustatius, Sint Maarten en Saba. Deze naam was in gebruik tot aan 1936. Vandaar dus 1 juli 1863.

Niet dat het daarmee ook echt afgelopen was. Er was nog sprake van “staatstoezicht” voor een periode van tien jaar, zodat er eigenlijk niets veranderde voor de mensen die op de plantages werkten. Bovendien moest iedereen die daar werkte ook nog eens een overeenkomst tekenen om daar gewoon nog te blijven werken. Dat noemde men een “arbeidsovereenkomst,” alleen veel keuze had men niet. Alles om de plantagehouders te beschermen. Dit was overigens alleen het geval in Suriname, waar de plantages een grote rol speelden binnen de economie.

Sint Maarten en Sint Eustasius

Het was een ronduit idiote situatie mag je wel stellen, wanneer je bedenkt dat het Koninkrijk der Nederlanden als laatste Europese land de slavernij afgeschaft heeft. Wel besloot men onder internationale druk geen slaven over te laten komen uit Afrika (1814). Zelfs Engeland (1833) en Frankrijk (1848) besloten om eerder al de slavernij af te schaffen, weliswaar ook onder voorwaarden. Wat maakte de situatie ronduit idioot dan? Simpel, denk aan de scheiding van het eiland Sint Maarten in het Caribisch gebied. In het Caribisch gebied waren andere landen die daar ook koloniën hadden en daar waren mensen al geëmancipeerd. Op Sint Maarten vluchten slaven naar het Franstalige gedeelte, wanneer ze daartoe de kans kregen. Daar waren ze immers vrij. Het leidde ertoe dat men op het Nederlandse deel van Sint Maarten een wel zeer verrassende beslissing nam: op 6 juni 1848 verklaarde men alle slaven tot vrije personen op het Nederlandse deel van het eiland. Daar lees je meer over via deze link. Men wilde hiermee niet alleen voorkomen dat mensen zouden ontsnappen. Het leidde ertoe dat de situatie op Sint Eustasius zo onrustig werd, dat er een opstand uitbrak.

Al in de tijd van de Trans-Atlantische slavenhandel was Sint Eustasius van groot belang, vooral voor de West-Indische Compagnie (WIC)(1621 – 1675, 1674 – 1792). De genomen beslissing op Sint Maarten leidde ertoe dat er een opstand uitbrak op het eiland op 12 juni 1848. Zowel vrij gemaakte personen als tot slaaf gemaakte Afrikanen eisten van gezaghebber Johannes de Veer dat iedereen vrijheid zou krijgen, net zoals dit geregeld was op Sint Maarten. Ook wilde men een verhoging van de rantsoenen en meer vrije uren. De Veer hoorde de eisen aan en na overleg met de Koloniale Raad besloot hij om de schutterij in te zetten. Er werd nog een waarschuwing gegeven om de stad te verlaten, daarna zou de aanval ingezet worden. Hier werd het vuur geopend. Er vielen ter plaatse enkele zwaargewonden, de overige mensen verlieten de stad en vanaf een heuvel namen ze het met stenen en rotsen op tegen de leden van de schutterij. Bij de bestorming van deze heuvel door 35 leden van de schutterij kwamen twee mensen om het leven en vielen verschillende gewonden.

Na afloop werden zes personen aangewezen als leiders. Zij werden van het eiland verbannen en overgebracht naar Curaçao. De autoriteiten wezen Thomas Dupersoy aan als voornaamste leider. Dupersoy was een vrij man, toch werd in 1851 een bericht van overlijden aan de persoon die men beschouwde als zijn ‘meester’ of ‘eigenaar’ verstuurd, alsof hij nog steeds een slaaf was.

Angstig geworden door deze gebeurtenissen kregen de slaven op het eiland niet hun vrijheid, maar ze kregen ‘iets.’ Dat was een soort-van loon. Dit om ervoor te zorgen dat in de toekomst deze opstanden voorkomen moest worden. Daar lees je meer over in deze ingezonden brief in De Nieuwe Rotterdamsche Courant van 8 augustus 1848.

Gedeelte van de Rotterdamsche Courant van 8 augustus 1848,
Gedeelte van de Rotterdamsche Courant van 8 augustus 1848,
Bron:Delpher.

Net zoals op Sint Maarten ontstond voorafgaand aan de Nederlandse beslissing voor het afschaffen van de slavernij met ingang van 1 juli 1863 ook hier een idiote situatie. St. Kitts, de Britse kolonie in de buurt kende al vrijheid sinds 1833. Er werden verschillende succesvolle vluchtpogingen ondernomen naar deze kolonie vanuit Sint Eustatius.

Over die Britse kolonie gesproken. Sint Eustasius was een tijdje in het bezit van het Britse rijk. In 1816 werd het door de Britten teruggegeven aan de Nederlanders. Dat is overigens ook de reden waarom de voertaal nog steeds Engels is op het eiland. Was dit niet gedaan, dan was er met ingang van 1833 dus al een einde gekomen aan de slavernij op het eiland. Dit geldt overigens ook voor Sint Maarten en Saba.

‘Beschermde status’

Het is goed om nog wel even te vermelden dat op Curaçao slaven een ‘beschermde status’ kregen. Ik gebruik bewust aanhalingstekens, want het is nu ook niet zo dat ze vrij waren of in andere opzichten het heel erg goed hadden op het eiland. De status had alles te maken met een opstand die op 17 augustus 1795 uitbrak op het eiland. De opstand werd geleid door Tula. Samen met ongeveer vijftig slaven legde hij die dag op plantage Kenepa (Knip) het werk neer en eiste van de eigenaar Casper Lodewijk van Uytrecht dat alle slaven vrijgelaten zouden worden. Dit blijkt succesvol te zijn, waarna de groep vertrekt naar de plantage Santa Cruz. Ook van andere plantages in de buurt slaven zich bij de groep, die uiteindelijk uit zou groeien tot ongeveer 2.000 mensen. Het hoofdkwartier werd een dag later gemaakt op de plantage Porto Marie. Weer een dag later volgde de eerste confrontatie met het leger. De groep van Tula had op dat moment geïmproviseerde wapens gemaakt en wist een eerste aanval af te slaan. Onderhandelingen volgden en opnieuw liet Tula weten dat men maar een ding eiste: vrijheid. De onderhandelaar, pater Jacobus Schink, liet Tula weten dat het leger sterker was en beschikte over betere wapens. Zijn advies was dan ook om op te geven. Er volgden meerdere gevechten tussen 20 en 30 augustus. Inmiddels werden er torenhoge beloningen uitgeloofd voor wie de leiders van de opstand wisten uit te leveren. Langzaam aan werd duidelijk dat de strijd in het voordeel uitpakte van het koloniale leger. Verraad zorgde ervoor dat Tula in handen kwam van dit leger op 18 september. Hierbij speelde een bekentenis van de man die hem verraden had (verkregen via marteling) over het voornemen om iedereen die geen slaaf geweest was op het eiland te vermoorden een rol. Al is de vraag of dit werkelijk zo was of niet. Andere opstandelingen werden nadat ze opgepakt waren tijdens gevechten met het leger na marteling opgehangen. Dit lot had Tula waarschijnlijk toch al te wachten gestaan. Wat wel duidelijk werd: Tula had zich laten inspireren door de Franse Revolutie en door de gebeurtenissen op Haïti. Daar was in 1791 een opstand uitgebroken, die nog altijd voortduurde. Deze zou pas in 1804 ten einde komen, met de oprichting van een nieuwe republiek. Dit gebeurde onder leiding van André Rigaud.

Tula.
Tula.
Bron: Wikimedia Commons.

Het leven van Tula, die op Curaçao de bijnaam Rigaud of de Kapitein kreeg, kwam op gruwelijke en mensonterende wijze ten einde. Hij werd levend geradbraakt op een kruis, waarna zijn botten gebroken werden met een ijzeren staaf. Hierna werd zijn gezicht verbrand en daarna werd hij onthoofd. Samen met de hoofden van een andere leiders van de opstand, Bastiaan Carpata en Pedro Wacao, werd zijn hoofd als afschrikking tentoongesteld. Daarna werden hun lichamen verzwaard en in zee gegooid.

De erfenis van dit alles was dat er een soort ‘beschermde status’ kwam. De autoriteiten op het eiland waren doodsbang voor een herhaling. Daarom kregen slaven een vrije dag (zondag), er werden maximale werktijden ingevoerd en voor levensbehoeften werden regels ingesteld. Denk dan aan voedsel en kleding. Veel mag je er niet van verwachten, want het was eigenlijk nog steeds niets. Dit alles ging in op 20 november 1795.

Voor de duidelijkheid: elke verwijzing naar Tula als de verschrikkelijke ‘krijger’ die je voorbij ziet komen in literaire werken is gebaseerd op Nederlandse bronnen uit die tijd. Bijvoorbeeld ooggetuigenverslagen, zoals de onderhandelaars die hem probeerden op andere gedachten te brengen. Naast de pater zijn dit er meer geweest. Dit heeft niet bijgedragen tot een positief beeld. Ook in het verslag van de pater zelf, door woordgebruik uit die tijd – wat heel normaal was – ontstond geen goed beeld. Wanneer je tussen de ‘regels doorleest’ merk je dat de pater te maken had met iemand die heel goed wist waarmee hij bezig was. Zo wist Tula bijvoorbeeld dat Nederland was binnengevallen door de Fransen en dat er in Frankrijk op dat moment een einde was gekomen aan de slavernij. Hij vroeg daarom waarom er dan nu geen einde gemaakt kon worden aan de slavernij op het eiland.

De naam Ketikoti

De naam Ketikoti is afkomstig uit Sranantongo, de officiële Surinaamse taal en het betekent “ketenen gebroken.” In Suriname zelf noemt men de dag de De Dag der Vrijheden. De vraag is alleen wat voor vrijheden met destijds kreeg.

Op 1 juli 1863 kregen naar schatting 45.000 personen vrijheid. Dit waren mensen die tot dan toe een leven hadden geleefd als slaaf. Van deze groep woonden 34.000 mensen in Suriname. Hier bevonden zich plantages die belangrijk waren en de eigenaars waren bang dat het verkrijgen van de vrijheid ervoor zou zorgen dat er een tekort aan arbeidskrachten zou ontstaan. Daarvoor wilde men gecompenseerd worden. Dat werd een ruimhartige compensatie. Driehonderd gulden per persoon en de mensen die tot dan toe op de plantages hadden gewerkt moesten een ‘arbeidsovereenkomst’ tekenen. Ik gebruik bewust aanhalingstekens, want een echte arbeidsovereenkomst was dit natuurlijk niet. Iedereen die geëmancipeerd werd kreeg om precies te zijn helemaal… niets. Ja, ze kregen een verplichting dankzij die ‘arbeidsovereenkomst’ om tien jaar lang te blijven werken op die plantages. De werkomstandigheden hoefden niet te veranderen. Dat schreef de wet niet voor. De wet regelde de vrijheid van slaven, het einde van de slavernij.

De plaggenhutten

Dan kom ik uit op de eerste vergelijking die gemaakt wordt op 1 juli. De vergelijkingen worden gemaakt door mensen die van mening zijn dat de herdenking niet zo nodig is. Ze is van toepassing op een groep personen die niet de hele samenleving vertegenwoordigd, die te veel een stempel wil drukken op de geschiedenis of die uit zou zijn op geld. Bovendien, het is weer een reden om een bepaalde agenda, de ‘woke’ agenda door te willen drukken. Voordat ik met al die punten doorga, de eerste vergelijking. De plaggenhutten.

Er waren tijden dat we in een deel van Nederland woonden in plaggenhutten. Daarbij wordt aangegeven dat dit nog voorkwam in de jaren dertig van de vorige eeuw. Dat arme mensen onder zware omstandigheden in Drenthe, delen van Friesland en Overijssel moesten leven onder erbarmelijke omstandigheden.

Het klopt dat er eind negentiende eeuw mensen in armoede in veengebieden leefden. Die mensen leefden in vrijheid en werden nooit gehouden als slaven. Dat ten eerste.

De foto van een plaggenhut in kleur.
De foto van de plaggenhut in kleur. Ook te vinden via TinEye.
De plaggenhut in zwart-wit
De plaggenhut in zwart-wit. Deze foto is de originele foto en is ook te vinden via TinEye.

Op social media wordt regelmatig een foto gedeeld van een gezin voor een plaggenhut met de vermelding dat deze foto genomen is in 1936 en dat het dus toen nog voorkwam dat mensen onder deze omstandigheden moesten leven. Dat was nadat de slavernij was afgeschaft en de vraag wordt vervolgens gesteld waarom er dan geen excuses worden aangeboden aan nazaten van deze personen of waarom er geen herdenkingsdag is voor deze personen of de nazaten ervan.

Woningwet

Met de introductie van de Woningwet van 1901 moest er een einde komen aan deze woonomstandigheden. Sterker nog, het was vanaf die tijd verboden om nog langer in deze plaggenhutten te wonen. Het nadeel was alleen: vervangende woningen werden niet altijd op grote schaal aangeboden of mensen kozen er niet altijd voor om gebruik te maken van deze vervangende woningen. Bovendien kun je de vraag stellen of de vervangende woningen ook echt de kwaliteit van leven verbeterden of niet. Er was alleen nog een andere reden waarom mensen bijvoorbeeld nog tot na de Tweede Wereldoorlog in deze plaggenhutten bleven wonen. Dat had te maken met de tegenwerking van lokale bestuurders en mensen die het lokaal voor het zeggen hadden (notabelen). Die waren tegen bemoeienis vanuit Den Haag. Ze vonden de Woningwet een te grote bemoeienis. Dat niet alleen, want ze vonden het financiële risico te groot. Alles bij elkaar opgeteld zorgde dit ervoor dat mensen tot ongeveer 1949 in plaggenhutten bleven wonen.

Natuurlijk wil je daar meer over lezen. Dat kan bijvoorbeeld door een selectie te maken via deze website. Wel een beetje “spelen” met de juiste vinkjes. De Canon voor de Volkshuisvesting is belangrijk, daarom lees je deze ook even door. Deze is hier te vinden.

Met deze informatie in het achterhoofd kom je dus uit op de stelling dat er ook iets gezegd of gedaan zou moeten worden met de mensen die in plaggenhutten gewoond hebben. Feit is dat er mensen in plaggenhutten gewoond hebben. Of ze dat bewust hebben gedaan of dat ze daartoe gedwongen werden dat maakt voor deze discussie niet uit. Het klopt dat dit niet de omstandigheden zouden moeten zijn als waar mensen zouden moeten leven. Net zo goed als dat de leefomstandigheden van sommige mensen die in ‘normale’ woningen dat ook niet waren in die tijd. Er was alleen een verschil. De mensen leefden niet als slaaf. Als tegenargument kun je aanvoeren dat deze mensen in armoede leefden. Misschien wel in eenzelfde soort armoede als mensen aan de andere kant van de wereld. Dat is een gewaagde uitspraak, deze vergelijking. Dan nog steeds: het waren geen slaven. Armoede kan veroorzaakt worden door uitbuiting. Uitbuiting lijkt misschien op slavernij, alleen is dit het niet. Moreel gezien is de grens misschien flinterdun. Ontsnappen uit een situatie is moeilijk en soms bijna onmogelijk. Het verschil was alleen dat slaven die probeerden te ontsnappen en waarbij de ontsnappingspoging niet lukte een veel ongunstigere toekomst tegemoet konden zien. Bovendien, een slaaf krijgt voor de werkzaamheden niets betaald. Behalve dan dankzij de aanpassing zoals ik die beschreef op Sint Eustatius. Dat was alleen het gevolg van een opstand en dat “loon” stelde nauwelijks iets voor. Toegegeven, het loon van de mensen in de noordelijke provincies was ook niet hoog en dat zorgde ervoor dat men in plaggenhutten ging wonen. Nogmaals, niet als slaaf.

Lijfeigenschap

In Nederland zelf kende men geen systeem meer waarbij mensen als slaven gehouden werden. Het lijfeigenschap, waarbij iemands lichaam als eigendom werd beschouwd, kwam het dichtst in de buurt. Dit kwam in de Middeleeuwen veel voor. Het hoorde bij het systeem van horigheid, een machtsverhouding op sociaal, economisch en bestuurlijk gebied waarbij mensen gebonden waren aan een bepaald deel van een gebied dat ze bewerkten. Dit systeem verdween uiteindelijk pas in de loop van de zeventiende eeuw uit Europa. In Nederland zorgde een staatsregeling van 1798 ervoor dat het lijfeigenschap verdween (bron).

In deze bron wordt meteen een link gelegd tussen slavernij en de situatie in de Middeleeuwen en de eeuwen erna. Dat lijfeigenschap in zekere zin ook slavernij was. Het kwam alleen wel veel vaker voor dat lijfeigenen hun vrijheid verkregen dan dat slaven hun vrijheid kregen. Dus een vergelijking tussen slavernij en lijfeigenschap gaat ook niet helemaal op.

Wil je stilstaan bij het lijfeigenschap en daar conclusies of consequenties aan verbinden, dan is dat prima. Ook dan zal iemand daarvoor excuses aan moeten bieden. De vraag alleen is dan wie dat dan weer zal moeten doen. Is dat het land dat in de Middeleeuwen het gebied dat we nu als Nederland kenden overheerste? Of is dat gewoon de Nederlandse regering? Dan houdt dit dus in dat de Nederlandse regering excuses moet maken aan haar onderdanen voor het lijfeigenschap. Dat is prima. Dan moeten we in gaan zien dat onze geschiedenis dus eigenlijk niet zo ‘fris’ was. Dat er dus blijkbaar bepaalde onderdelen op eigen bodem waren, niet alleen overzee, die erop neer kwamen dat ook hier mensen gewoon geen vrijheden hadden. Denk daar maar eens over na.

Terug naar de plaggenhutten. De link met slavernij is er niet. Wanneer er wel excuses gemaakt moeten worden, wie zouden deze dan moeten maken? Niet de Nederlandse regering in ieder geval. Die verbood het wonen in plaggenhutten met de introductie van de Woningwet. Dan zouden de lokale overheden en de nazaten van de lokale notabelen hun excuses moeten aanbieden. Nogmaals, waarvoor precies? Niet voor slavernij, want dat was het niet. Voor erbarmelijke leefomstandigheden? Voor uitbuiting? Dan kunnen we datzelfde doen voor de periode na 1863. Voor de tien jaar die van toepassing waren op vrijgemaakte slaven, die nog gewoon moesten doorwerken op de plantages. Dat werd nota bene bij wet geregeld. Door de Nederlandse regering. Alleen dat is dus nog niet alles.

Eigenlijk houden we misschien het verkeerde jaartal aan. Het is niet 1860 of 1863. Zelfs niet 1873, wanneer je de tien extra jaren verplichte arbeid optelt. De situatie is eigenlijk nog erger wanneer je bedenkt dat in delen van Indonesië de slavernij in de sultanaten voort bleef bestaan. Op Soemba was dit het geval tot aan 1910. Samosir was het laatste eiland waar een einde kwam aan slavernij in 1914 (bron). Dan hebben we het over de twintigste eeuw. Dat was dus dertien jaar nadat de regering verbood dat er mensen in plaggenhutten mochten wonen…

5 mei

Genoeg over de plaggenhutten, dat punt is duidelijk. Dan nu over 5 mei. 1 juli is geen 5 mei. Dat is logisch. Dat hoef ik niet uit te leggen. Kijk je naar de kalender, dan weet je wat het verschil is. Het gaat om de herdenkingsdag 5 mei en de herdenkingsdag 1 juli.

Waarom is 5 mei geen vrije dag en zou 1 juli dan wel een vrije dag moeten zijn? Dat is een hele goede vraag. Alleen hebben de vragen evenveel met elkaar te maken als de vraag waarom 5 mei geen vrije dag is en 15 augustus ook geen vrije dag is. Op 15 augustus herdenken het einde van de Tweede Wereldoorlog, omdat toen een einde kwam aan de oorlog in Azië. Dan vindt er bij het Indisch Monument in Den Haag een plechtigheid plaats zoals die op 4 mei ook plaatsvindt. Misschien is 15 augustus dan geen juiste dag, maar zou het dan 16 augustus moeten zijn. Net zoals dat er op 4 mei een Dodenherdenking plaatsvindt en op 5 mei een Bevrijdingsdag plaatsvindt.

Nee, het zijn geen vrije dagen. Allemaal niet. De wens is er om van 1 juli een vrije dag te maken. Om te kunnen herdenken dat er een einde kwam aan de slavernij. Om dit in vrijheid te kunnen herdenken en vieren. Tegenstanders voeren aan dat 5 mei dus ook geen vrije dag is. Bovendien, het gaat hier toch om iets dat al zo lang geleden plaatsgevonden heeft en betrekking heeft op een klein deel van de bevolking. Ik laat de meest discriminerende opmerkingen bewust achterwege. Die komen ook voorbij en zijn ronduit walgelijk.

5 mei is inderdaad geen vrije dag. Het is een nationale feestdag waarop iedereen maar eens in de vijf jaar vrij is. Tenzij de werkgever dit anders regelde met de werknemers. Vraag je het mij persoonlijk, dan is dit een volslagen onlogische beslissing. Een dag die zo belangrijk is zou een vrije dag moeten zijn. Dat dit zo ontstaan is had alles te maken met de manier waarop het in de jaren vijftig maar niet lukte om de viering van 5 mei in te vullen. In de eerste plaats mag je daarvoor bedanken de toenmalige koningin Wilhelmina. Zij wilde niet dat er op haar verjaardag (31 augustus) een bevrijdingsfeest gevierd werd. Verder was men van mening dat dit soort feesten eigenlijk veel te veel geld kosten. Vandaar dat besloten werd om alles op 5 mei te doen, de dag van de capitulatie, om kosten te besparen. Pas vanaf 1968 besloot de regering alles ‘vast’ te zetten op 5 mei, na de Dodenherdenking. Pas in 1990 werd het echt een nationale feestdag. Alleen zonder ook daadwerkelijk een vrije dag te zijn. Dat mochten de werkgevers dan weer bepalen (bron).

Bevrijdingsdag op 30 april?
Bevrijdingsdag op 30 april? In 1953 werd daar over nagedacht.
Bron: Delpher.
Het Zutphens dagblad voor de Graafschap en Veluwezoom van 25 maart 1953. Niet het overlijden van koningin Mary, maar het bericht over Bevrijdingsdag. Daar gaat het om. Klik op de afbeelding voor een vergroting.
Bron: Delpher.

Dat er een andere herdenking wel een vrije dag zou kunnen zijn, doet niets af aan 5 mei. Het maakt 5 mei niet minder belangrijk. Sterker nog, de rare situatie van 5 mei zou eigenlijk eens opgelost moeten worden. Alleen dit koppelen aan 1 juli is onzin. Dat is het koppelen van een willekeurige andere feestdag aan een andere feestdag. Dat we ‘vastzitten’ aan bijvoorbeeld twee paasdagen heeft niet helemaal te maken met het opnieuw voltrekken van bepaalde gebeurtenissen. Datzelfde geldt voor twee pinksterdagen. De ene dag is een zondag, de andere dag is een maandag. Natuurlijk, daar spelen andere zaken ook een rol. Dat weet ik ook heus wel. Een ander goed voorbeeld is kerst. Veel landen kennen simpelweg kerstavond en een kerstdag. Tweede kerstdag kent men als een andere dag. Boxing Day bijvoorbeeld in Engeland.

Het zou juist een goed idee zijn om na te denken over een vrije dag op 1 juli. Niet om gewoon vrij te zijn. Omdat het juist draait om die vrijheid. Net zo goed als dat het op 5 mei ook draait om die vrijheid. Alleen de eis dat er eerst gekeken moet worden naar 5 mei en dan pas naar 1 juli is onzinnig. Er is al eerst gekeken naar 5 mei. Dat is al meerdere keren gedaan namelijk. Direct na de oorlog, toen besloten werd dat 31 augustus geen geschikte dag was. Daarna is besloten dat het om de vijf jaar gevierd moest worden, vervolgens in 1990 werd besloten dat het een nationale feestdag moest worden zonder aanpassingen als verplichte vrije dag. Daar is al naar gekeken.

Minderheid?

Hoe zit het dan met die minderheid? Dat is maar hoe je het wilt bekijken. Is het niet zo dat de Nederlandse samenleving in grote mate heeft geprofiteerd van de slavenhandel? Dat we onszelf op een dag als 1 juli juist zouden moeten afvragen wat die impact is geweest en wat dit voor leed heeft veroorzaakt? Wat de echo daarvan is geweest en nog steeds is? Want die echo is er. Die dreunt nog steeds na. Om nog even terug te komen op de plaggenhutten. Mensen vertrokken uit de hutten en lieten die periode achter zich. Mensen die tot slaaf gemaakt werden en daarna vrijheid kregen moesten genoegen nemen met niets. Ze kregen niets, ze mochten niets. Vanuit niets moesten ze door. Dat maakt ze niet zielig en het gaat ze niet om geld. Het gaat hier om respect en om inzicht. Om een stuk historisch besef dat sommige van onze landgenoten niets meer waren dan monsters, die mensen gebruikten als pionnen. Handel in mensen, mensen laten werken onder erbarmelijke omstandigheden. Met de wetenschap van nu zouden we dit omschrijven als misdaden tegen de menselijkheid. Dat is wellicht waar de schoen wringt bij sommigen. Dat realiseren.

We zien liever een verleden van Piet Hein met zijn overwinning op de Zilvervloot. Laten we eerlijk zijn, die Hein was een piraat met een kapersbrief. Dat ideaalbeeld van Indië mag ook op sommige punten bijgesteld worden. Plantages waar de Nederlanders voorgeschreven wat er verbouwd moest worden, zodat zij er rijk mee konden worden. Specerijen en dope. Laten we niet vergeten dat ons land daar heel erg goed in was: de handel in opium. Pijnlijk, maar waar.

Dat is voor sommige mensen allemaal heel erg moeilijk te bevatten en te begrijpen. Dan zoekt men liever naar andere zaken. Bijvoorbeeld naar plaggenhutten, waar mensen in woonden. Of men gaat op zoek naar andere misstanden. Waarom 5 mei geen nationale vrije dag is.

Prima. Dan maken we van 5 mei ook een vrije dag. Dan heb ik alleen nog wel een heel goed voorstel voor de avond ervoor. Een extra krans voor de personen die een roze driehoek moesten dragen. Die krans ontbrak op de Dam in Amsterdam dit jaar weer.

Is het ‘woke?’

De kans bestaat dat ik misschien beticht wordt dat ik in de val ben gelopen. De val die is uitgezet door de ‘woke beweging.’ Je weet wel, dat is die beweging die alle ‘leuke’ dingen wil afpakken. Dus ook alle leuke dingen die te maken hebben met onze mooie geschiedenis. Laten we eerlijk zijn, wat is er nu mis met onze ‘mooie’ geschiedenis? De landen mogen toch maar wat blij zijn dat ze onder de beschermende hand van de Nederlanders kennis hebben kunnen maken met beschaving?

Geloof me, ik denk er niet zo over. Sommige mensen denken er zo over. Het ophemelen van de vaderlandse geschiedenis is een kunst voor deze personen. Het niet willen inzien dat er toch echt delen in de geschiedenis terug te vinden zijn waar we echt niet trots op mogen zijn is iets waar sommige mensen het erg moeilijk mee hebben. Op dat moment komen de andere trauma’s naar voren. Over hoe Duitsers fietsen afpakten en hoe Spanjaarden zo wreed waren. Of we daar dan niet genoegdoening voor mogen vragen. Of ‘woke’ daar niet eens naar kan kijken.

‘Woke’ is in een paar jaar geworden tot iets lelijks, terwijl dit het van oorsprong natuurlijk niet was. Wanneer je aandacht vraagt voor bepaalde dingen wil dit niet zeggen dat je tegen ‘alles’ bent. Wanneer je verandering wilt, houdt dit niet in dat je tegen alles bent. Wanneer je iets anders wilt, houdt dit niet in dat alles afgepakt wordt. Verandering betekent trouwens helemaal niet dat ‘alles’ afgepakt wordt. Dat denken sommige mensen. Die denken dat het een kwestie is van afpakken en alles opdringen. Of het nu gaat om 1 juli, een Pride Maand (die is overigens afgelopen na 30 juni) of het welbekende kinderfeest in december. Dat feest wordt overigens ook zonder moeite gekoppeld aan 1 juli. Dus aan de herdenking van de afschaffing van de slavernij en zij die dit doen vinden dit volslagen normaal. Onder het motto: ‘Wij geen piet, zij geen feest.’ Alsof het een feestje is. Natuurlijk, er zal een feest georganiseerd worden. Om te vieren dat men vrijheid verkreeg. Alleen dat is niet het enige. Er zal stilgestaan worden bij een moment waarop iets belangrijks plaatsvond in de vaderlandse geschiedenis. Waarop menselijkheid het won. Althans, een beetje dan. Nog niet helemaal. Er moest nog zoveel gebeuren en de waarheid is eigenlijk: er moet nog zoveel gebeuren.

Dat ik er zoveel woorden aan besteed is eigenlijk genoeg reden om aan te nemen dat er nog veel moet gebeuren. Er worden onlogische verbanden gelegd. In plaats van de aandacht die zou moeten gaan naar dat wat belangrijk is: een dag van herdenking. Waarop we stilstaan bij dat wat gebeurde, het leed dat het veroorzaakte en de erfenis. Een erfenis die nog steeds voelbaar is. Dat is geen ‘woke.’ Wil je op basis daarvan zaken veranderen of aanpakken, dan is dat geen ‘woke.’ Dan is dat mensen dingen bijbrengen. Dat kan op een normale manier. Zie je dat als ‘woke’ of ‘indoctrinatie,’ dan gaat er bij jou iets fout. Net zo goed als dat er dan iets fout gaat wanneer je stelt dat er ‘dingen afgepakt worden.’ Dat heeft niets met deze dag te maken.

Zou het wel ‘woke’ zijn wat dan? Is dat zo erg? Dat er zaken aangepakt moeten worden op basis van de erfenis van 1863 of 1914? Of welke datum je ook wilt hanteren. Wanneer je 1 juli, Ketikoti, De Dag der Vrijheden, Emancipation Day of hoe je die dag ook wilt noemen beschouwt als iets dat thuishoort in een ander land, dan klopt dit niet. Het is iets dat zeker thuishoort in ons land, want het is onderdeel van onze geschiedenis. Ons land bestond uit die delen van de wereld waarin dit voorkwam en vanuit een hoofdstad of hofstad werden besluiten genomen die de levens van miljoenen mensen zouden beïnvloeden. In het verleden, heden en in de toekomst. Hoezo is het dus iets dat thuishoort in een ander land? Dit is ook Nederland en wanneer je alleen de ‘leuke’ dingen wilt zien of over de ‘leuke’ dingen wilt lezen die plaatsgevonden hebben in de geschiedenis, dan sluit je de ogen voor de waarheid.

Waarom?

Waarom 1 juli geen 5 mei is en waarom wonen in een plaggenhut niet gelijk is aan slavernij? Het heeft vooral te maken met de manier waarop sommige mensen omgaan met het idee dat het verleden niet brandschoon is. Tegelijkertijd is het een hele goede reden om tekeer te gaan tegen bepaalde bevolkingsgroepen. Want vergeet die reacties ook niet. Nogmaals, die ga ik niet benoemen. Want, ronduit walgelijk.

De Nederlandsche Staatscourant van 26 augustus 1862.
De Nederlandsche Staatscourant van 1862. Bron:
Coleccion Aruba
.

Waarom is 1 juli geen 5 mei? Omdat het gaat om de afschaffing van de slavernij en niet het einde van de Tweede Wereldoorlog. Waarom wonen in een plaggenhut niet gelijk aan slavernij? Omdat de mensen die woonden in een plaggenhut geen slaven waren. Kijk, dat was eigenlijk best kort en bondig. Misschien had ik het gewoon daarbij kunnen laten…

Het is overigens niet de eerste keer dat erover geschreven is. Nieuw is het zeker niet, mocht je dat denken. Kijk vooral eens naar de datum van dit artikel. 1986. Gevonden via Delpher. Het, is echt iets dat ‘woke’ is dus…

Artikel uit De Waarheid.
De Waarheid 1 juli 1986. Bron: Delpher.
De Waarheid gebruikte voor dit artikel vrij expliciete beelden. Ik heb ervoor gekozen deze ‘weg’ te laten.

Maar goed, wat weet ik er nu vanaf? Misschien moet ik gewoon maar weer gaan stofzuigen!

Meer lezen?

Ook interessant

240 miljoen pc's?

240 miljoen pc’s?

Volgens een berekening van Canalys zouden 240 miljoen pc’s na 2025 verdwijnen op de afvalberg. De ondersteuning door Microsoft van Windows 10

Lees verder »

Interessant artikel?

Is dit een waardevol of interessant artikel? Betuig je steun dan door dit artikel te delen via social media of ga een stap verder. Door een kopje koffie voor me te kopen! Dat doe je via de onderstaande optie.

Alvast bedankt!